Agenda Artikelen Programma Zoeken Contact Partners Auteurs

Praxis - een openheid voor wat is

Toen ik laatst bij de Praxis was zag ik de tekst ‘Wij zijn gemaakt om te maken’ op hun stoepbord staan. Dat zette mij aan het denken en het resultaat van dat denken is deze tekst. Ik wil daarbij voorbij gaan aan de marketingstrategie achter deze opmerking en het hebben over de relatie tussen Praxis, kunst en leven.

[praxis]
de praktijk
de uit- of beoefening
de ervaring

Op het moment dat de dingen zich al in hun mogelijke betekenissen en toepassingen aan mij tonen, kan ik niet anders dan respectvol een stap terug doen, ze van een afstandje bewonderen om wie ze zijn en wat ze met zich meedragen.
Het enige wat ik nog kan aanbieden is mijn verwondering. Het enige wat ik nog kan doen, is hun schoonheid zo volledig mogelijk in mij opnemen. Bewust of onbewust vinden ze een thuis in mijn hersenen, hart, in mijn lichaam.

Elke ervaring die ik opdoe vormt mij. Het woord ‘ervaring’ omvat hier alles wat zintuigelijk waargenomen wordt. Elk boek dat ik lees, elk opgevangen gesprek, alles waarvan ik geniet of dat me pijn doet, alles wat er gebeurd in een mensenleven. Alles wat ik opneem, zowel bewust als onbewust, zoekt een plek in mijn leven. Het gaat net als water door een zuiveringsinstallatie, waarin het kan bezinken. De zuiveringsinstallatie gaat aan het werk als ik begin te tekenen of te schrijven.

Voordat ik begin weet ik niet welke ervaringen ik tot beeld aan het verwerken ben. Voor mij komen de dingen tijdens het maken naar de oppervlakte. Het beeld lijkt dingen te verbergen door het werken met lagen en het feit dat die lagen veelal transparant zijn, geeft aan dat het kan betekenen dat ze misschien wel helemaal niet bestaan. Er is geen verbergen, alleen de lagen zijn er, met de schoonheid van hun structuren. Ik maak transparant door verschillende lagen zichtbaar te maken. Ik zie dit als een destillatie die door het maken plaatsvindt. Door de handeling worden ze verwerkt in beeld. Helpt de handeling mij om door schijnbare paradoxen heen kijken zodat ik eerlijk ben? Is het niet veel meer een manier om innerlijk onder de oppervlakte te verdwijnen?

Ik heb er moeite mee mijn beelden en de noodzaak ervan kort en bondig samen te vatten. Speelt mijn denken in termen als ‘beeldend werk maken’ en ‘de handeling’ hier een rol in? In de Lexicon van de Ethiek staat dat bij ‘handelen’ het doel van de activiteit in de activiteit zelf ligt.3  De motivatie om een handeling, bijvoorbeeld tekenen, uit te voeren ligt dan in de schoonheid van het tekenen. Voor mij ligt die schoonheid in het ritme van de handeling, dat mij toestaat volledig in het tekenen op te gaan. De tekening die zo uiteindelijk ontstaat, zie ik als een residu van de handeling.
Bij ‘maken’ daarentegen is er sprake van een doel dat zich buiten de activiteit bevind. Als ik een tekening maak is, volgens deze definitie, die tekening het product van het maken. Een tekening maken is dan het uitvoeren van een vooraf uitgedacht plan. Zo’n manier van werken sluit tijdens het maken de verbeelding uit.

Ik zie mijn beelden als poëtische weergaven van mijn ervaringen. Alles wat opgenomen wordt vind een vorm waarin ik het kan weergeven. Door dit proces, dat continue aan de gang is en moet zijn, vind ik mijn plek. Ik duik steeds dieper in mijn innerlijke wereld. Niet om mij volledig op mijzelf te kunnen focussen, maar om mijn verbindingen met de buitenwereld te ontdekken. Hieronder volgt één van de manieren waarmee ik dat, naast het tekenen, deelbaar maak.

publicatie

Het ritme van de zee ontmoet het ritme van mensen in de paalhoofden. De zee is niet aan slijtage onderhevig: er is niets dat haar kan doen verslijten. Zij behoort tot de gesloten kringloop van verdampen, vallen, bevriezen, smelten en stromen. De palen ondergaan deze transformaties van het water en lijden eronder. Hun kringloop van groeien, bloeien, afvallen en vergaan is stopgezet en ze zijn verplaatst om in een ander ritme te worden opgenomen.

  1. Een kleurenfoto. Een rij houten palen, het pad ertussen is opgevuld met stenen. De voorste rij is nog redelijk compleet, terwijl de achterste gedeeltelijk weggevaagd is. De zee is nu rustig en de paalhoofden rusten ook uit. Bij laag water ontstaat een eiland van zand dat de schaduw van het water vormt. De palen zorgen ervoor dat het zand niet weggespoeld wordt. Ze voorzien in een rustplek. Ook vogels weten deze plek te vinden. Een eiland dat verschijnt en verdwijnt op het ritme van de zee.
  2. Een zwartwitfoto. Een rij houten palen, het pad ertussen bestaat uit strand dat zich er niets van aantrekt dat haar oppervlakte onderbroken wordt. Beide rijen verdwijnen in het strand en komen vlak bij de zee weer tevoorschijn. Bij laag water ontstaat een poel vol zeewater, een gat in het zand. Al in het vroege voorjaar loop ik op blote voeten door de zonverwarmde mini-zee. Het zand zorgt ervoor dat het water niet wegloopt. Het stille water wordt door het ritme van de zee van haar afgesloten van en in haar opgenomen.

‘’De stilte van de dingen, de stilte van de waarneming, het bijna mystieke en onuitsprekelijke karakter hiervan, zijn allereest een eerbewijs aan het ding als zodanig. Normaliter bekijken wij de dingen enkel als middelen om iets mee te realiseren: zij worden tot werktuigen, geheel opgaand in onze praktische doeleinden of beslommeringen.‘’1

Is het mogelijk de dingen als zodanig te tonen? Van de Breambussche neemt aan van wel, hij wijst de kunstenaar aan als degene die het ding toont nadat het is opgeraapt uit de omgeving waarin het algemene nut ervan vanzelfsprekend is. Het ding verhuist dus naar een andere omgeving, want het kan niet omgevingsloos zijn. In deze nieuwe omgeving is het ding een onbekende. Is dat mogelijk? Is een ding dat uit zijn functie als middel is ontheven een onbekende voor ons?

Wij kijken door de bril van ‘welk nut heeft het’ naar de dingen en menen te weten wat het wezen ervan is. We bepalen het wezen van de dingen aan de hand van het nut dat ze hebben. De kunstenaar daarentegen gaat ervan uit dat we ‘de dingen niet zien zoals zij zijn, we zien ze zoals wij zijn’.Het enige dat we kunnen zien is onszelf dat weerspiegeld wordt in de dingen. De dingen die we zien vormen een reflectie van wie wij zijn. Deze reflectie herkennen we direct, in een moment van tijdloosheid. Als de dingen die we tonen leiden tot reflectie van ons zelf, zien we ze nog steeds als middel. Als we de kunst zien als middel verliezen we waar het volgens mij in de eerste plaats om gaat, namelijk een openheid voor wat is. Kunst is een oneindige handeling.


 
Auteur:
Jorieke Rottier

Vlissingen, Nederland



Onderweg is een serie artikelen over kunstenaars, begrippen en onderwerpen waarmee ik kennis maak binnen mijn praktijk als beeldend kunstenaar. Elk artikel is een korte, subjectieve introductie.


Heb je een leestip, vraag of opmerking?
Mailen mag altijd: jorieke@witterook.nu
__
bronvermelding
1 https://www.ensie.nl/lexicon-van-de-ethiek/praxis-poiesis, geraadpleegd op 32-01-2018
2 Antoon van de Braembussche, De stilte van het onuitsprekelijke
3 Quote van Anaïs Nin, “The Seduction of the Minotaur” Swallow Press, 2014 (oorspronkelijk uit 1961)

 
praktijk:
De Boshut: here we AIR - 1
‘’Welke invloed heeft de herhaling van het schrijven en tekenen op de waarneming? Wat is het belang van alleen zijn voor de wa...
 
onderweg:
Destination Unknown #1: een laatste eerbetoon
De afgelopen maanden mocht ik als kunstenaar deelnemen aan Destination Unknown 2017. De werkperiode, samen met zeven andere kunste...
 
onderweg:
Gedachten over appropiatie
In deze tekst bespreek ik kort het werk van verschillende kunstenaars vanuit de begrippen readymade, appropiatie en objet-trouvé...