Entrepot: Upstream Gallery

Posted on August 10th, 2022 by Admin

Upstream Gallery, 10-03-2022, Amsterdam 

Interviewer Esther van Rosmalen (E)

Geïnterviewde: Nieck de Bruijn (N)

 

(E) Er is in Nederland geen enkele andere galerie die zich zo specifiek bezighoudt met digitale kunst als Upstream. Kan je iets vertellen over jullie positie in de kunstwereld en hoe er wordt gereageerd op digitalisering in de kunstwereld? 

(N) In Nederland is er inderdaad geen andere galerie die zich hiermee bezighoudt. Internationaal zie je wel wat meer galeries die in de digitale kunst zitten, maar die richten zich dan echt alleen op digitale kunst. Wat ons onderscheidt van de rest is dat hoewel digitale kunst voor ons heel belangrijk is geworden, ons programma nog steeds heel breed is. We hebben naast digitale kunstenaars ook schilders, conceptuele kunstenaars, performancekunstenaars en videokunstenaars. Ik vind het juist interessant en belangrijk om digitale kunst op te nemen in een brede benadering van hedendaagse beeldende kunst. Het is natuurlijk evident dat digitalisering veel nieuwe vraagstukken met zich meebrengt. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan privacy kwesties waarbij het gaat om het weggeven van data, maar tegelijkertijd is de digitalisering een onomkeerbaar proces en dit zie je ook terug in de kunsten. Digitalisering is op dit moment een van de grootste en belangrijkste ontwikkelingen in onze maatschappij en het is dus logisch dat de kunst zich daar ook mee bezighoudt.

(E) Hoe ben je ertoe gekomen om de keuze te maken om je ook te focussen op digitaal werk?

(N) Een van onze verzamelaars wees me al een tijdje op het werk van Rafaël Rozendaal die toen vooral veel websites maakte als kunstwerken. Die verzamelaar had een van zijn websites gekocht en liet dat telkens aan mij zien omdat hij het zo interessant vond. Toen kon ik dat eigenlijk zelf nog niet zo goed plaatsen. Visueel sprak het me wel aan, maar conceptueel kon ik het nog niet echt doorgronden. Ik zat vooral met vragen zoals; wat is het nu eigenlijk? Hoe beschouw je het? Waar staat het? Uiteindelijk heb ik Rafaël uitgenodigd om mee te doen aan een groepstentoonstelling en daar toonde hij een lijn nieuwe werken, Lenticulars. De werken waren gebaseerd op de lenticulaire techniek die je misschien wel kent van postcards waarvan de afbeelding verandert als je er mee beweegt. Naast dat het visueel spectaculaire werken waren begreep ik ook ineens het concept; het hing aan de muur als een schilderij, maar deed tegelijkertijd denken aan een beeldscherm. Ik vond het ontzettend interessant hoe hij een bruggetje creëerde naar de digitale wereld door middel van een fysiek werk. Na die tentoonstelling ben ik me meer in de digitale kunst gaan verdiepen. Wat me daarin interesseerde was dat Rafaël al een stuk of 100 websites had gemaakt waarmee hij op dat moment 40 miljoen unieke bezoekers per jaar trok. Vanaf dat moment besefte ik dat er online iets gebeurde wat ik eerst niet doorhad. Als je de bezoekersaantallen van die websites vergelijkt met die van bijvoorbeeld het Louvre, Tate of MoMA dan zie je die dat musea misschien negen miljoen bezoekers per jaar hebben, als er dan ineens een kunstenaar is die met zijn eigen oeuvre alleen al 40 miljoen bezoekers trekt, dan is dat wel een interessant gegeven. Natuurlijk zijn online bezoekers iets anders dan fysieke bezoekers, maar ik vond het zo krachtig dat digitale kunst zo’n global reach heeft, dat ik er steeds meer geïnteresseerd in raakte. We zijn daarna meer tentoonstellingen gaan maken waarin we dit digitale gebied verkenden. Eerst een serie groepstentoonstellingen onder de titel Shifting Optics waarin we verschillende post-internet kunstenaars bij elkaar brachten. Dat zijn kunstenaars die in het digitale domein werken, maar ook fysiek werk maken dat duidelijk voorkomt uit dat digitale. We maakten presentaties met jonge kunstenaars, maar ook bijvoorbeeld wat meer historische shows waarin we jonge kunstenaars naast pioniers van digitale kunst lieten zien. Dit kwam allemaal voort uit pure interesse in het gebied van digitale kunst en om het gebied te verkennen zodat we er meer in thuis konden raken. Vanuit dit punt zijn we het programma gaan uitbouwen en ook kunstenaars gaan benaderen die we wilden vertegenwoordigen. Dat ging toen heel makkelijk omdat nog niemand met digitale kunst bezig was en we dus geen concurrentie hadden. Op die manier hebben we de hele top van digitale kunstenaars uit Nederland in ons programma kunnen opnemen.

(E) Die websites van Rafaël Rozendaal zijn ook als bezoeker heel aantrekkelijk, je krijgt het idee dat je het kunstwerk in huis kan halen wat natuurlijk een interessant gegeven is van digitale kunst.

(N) Dat is inderdaad een van de fantastische aspecten van digitale kunst, je kunt het werk thuis beleven zoals het bedoeld is, dus op een scherm. Dat is heel anders dan wanneer je op je beeldscherm naar een plaatje van een schilderij kijkt. Hetzelfde geldt voor een schilderij, deze moet je ook bekijken zoals het bedoeld is: in het echt. Tegelijkertijd is digitaal werk ook inclusief, de hele wereld kan het bekijken zoals het bedoeld is, je hoeft daar niet voor naar het Louvre. Daarnaast is de conceptuele ervaring van de verkoop van dit soort werk ook interessant. Rafaël heeft een website sales contract ontwikkeld, die je krijgt als je een website koopt. Het is een papieren contract voor een digitaal werk en je kan dit eigenlijk als een voorloper van de NFT zien. De koper moet in die contracten instemmen met het feit dat hij het werk altijd toegankelijk houdt voor publiek, die mag het dus niet ergens op een afgesloten server zetten. Een schilderij daarentegen zou je waarschijnlijk bewaren in een opslag en daar kan dan niemand meer bij, maar in dit geval kun je het werk bezitten en tegelijkertijd ook delen met de rest van de wereld. Wat mij ook aanspreekt is de link tussen digitale kunst en conceptuele kunst qua opzet en denkwijze. Ik zag conceptuele kunst echt als de laatste grote radicale beweging in de hedendaagse kunst eind jaren 60, begin jaren 70. De omslag van fysieke kunstwerken naar het idee als kunst is zo’n grote omslag, die hebben we de decennia daarna niet meer gezien. Die radicaliteit zie ik terug in digitale kunst. Het is echt de Avant Garde van dit moment, daar wil ik middenin zitten. Mijn grootste ideaal met de galerie is dan ook niet zozeer om heel groot te worden of heel veel geld te verdienen, maar ik wil kunstgeschiedenis schrijven. En ik besefte langzaam dat dat voor het oprapen lag, er wordt gewoon kunstgeschiedenis geschreven.

(E) Wordt digitale kunst niet alsnog als een niche gepositioneerd?

(N) Dat was zeker zo, maar ik denk dat dat nu aan het veranderen is. Mede door de invloed van de hype rondom NFT’s. Het is niet eens zozeer die hype zelf, maar meer wat het bewerkstelligt. Het opent bij veel mensen de ogen voor wat er gaande is in de maatschappij op het gebied van digitalisering. Digitale kunst is heel veel jaren afgedaan als een niche, maar dat is het niet. Het is de belangrijkste avant gardistische stroming van dit moment.

(E) Zijn jullie zelf ook actief bezig met NFT’s?

(N) Ja, maar eigenlijk heel rustig omdat het belang van een galerie is dat er balans is en dat er gewerkt wordt aan een stabiel prijsniveau van een kunstenaar. De hele hype rondom NFT’s is voor ons als galerie dus niet zo interessant. Daarnaast verschilt de kunstmarkt in het digitale domein eigenlijk niks met het fysieke domein. De hype die je ziet in bijvoorbeeld de schilderkunst waarin het werk van jonge schilders voor gigantische bedragen wordt geveild is eigenlijk hetzelfde als wat we zien bij NFT’s. Het enige verschil is misschien dat het in de digitale wereld sneller en gekker kan. Er zijn mensen met enorme wallets met crypto die van gekkigheid niet weten wat ze daarmee moeten doen.

(E) Heeft de NFT hype ook gevolgen voor de inhoudelijke kwaliteit van werken die hiervoor geproduceerd worden?

(N) Ook dat is niet anders dan in de fysieke wereld. Er zijn bijvoorbeeld heel veel schilders op de wereld, maar weinig die echt goed zijn. En dan zijn er ook een heleboel schilders die eigenlijk niet zo goed zijn, maar die toch voor hele hoge bedragen geveild worden. En zo is het ook met NFT’s. Er zijn ontzettend veel mensen die NFT’s maken en dit is breder dan alleen kunstenaars. Ze zijn ook ontstaan uit een beweging die eigenlijk creatives genoemd moeten worden en niet kunstenaars. De hype die je ziet bij sommige werken of het hoge bedrag dat voor sommige werken wordt betaald zegt natuurlijk niks over de kwaliteit. En ook dit is in het fysieke domein niet anders. Als je bijvoorbeeld kijkt naar iemand als Banksy, voor dat werk worden enorme bedragen betaald, maar ik vind het als kunst helemaal niet interessant. In de NFT wereld heb je in die categorie bijvoorbeeld Bored Apes, het enige aspect wat daar interessant aan is, is dat ze er al heel vroeg mee bezig waren en dus geschaard worden onder de OG’s, maar als kunst is het helemaal niet interessant.

(E) Hoe gaan jullie als galerie om met het verkopen van werk dat zich in een niche bevindt?

(N) De eerste jaren was het helemaal niet zo makkelijk om digitaal werk te verkopen. We zitten middenin de kunstmarkt, maar die markt was zo ingesteld dat je veel makkelijker een schilderij verkoopt dan een website. Inmiddels lukt het ons heel goed om dit soort werk te verkopen en we hebben nu zelfs het voordeel dat er gebrek is aan concurrentie. Het zijn voornamelijk kunstverzamelaars die het kopen en het fijne aan ons brede programma is dat we mensen kunnen onderwijzen en mee kunnen laten groeien met dat digitale werk. Je hebt bijvoorbeeld verzamelaars die eerst bij ons komen om een schilderij te kopen die we later kunnen interesseren om een fysiek werk dat vanuit een digitale werkwijze tot stand komt te kopen. Vervolgens kunnen ze de stap zetten om een digitaal werk te kopen, bijvoorbeeld een website, softwarewerk of NFT. Dit is dan ook meteen een van de leukste en belangrijkste aspecten aan het hebben van een galerie, het is een constante intellectuele uitdaging. Het is ook een van de belangrijkste functies van kunst om nieuwe inzichten te geven en dat hoeft zeker niet altijd makkelijk te zijn. Een mooi schilderij is fijn, maar het wordt interessanter als er een conceptuele lading bij komt kijken waar je wat meer moeite voor moet doen. En zo werkt het met digitale kunst ook, het kost wat moeite om die nieuwe wereld en dat nieuwe jargon te leren kennen, maar dat is juist aantrekkelijk eraan.

(E) In de kunstwereld heerst toch nog het idee dat digitaal werk lastig op te nemen is in bijvoorbeeld tentoonstellingen. Ik hoor regelmatig van kunstenaars die digitaal werk maken dat hun werk dan op het laatste moment nog snel op een scherm tussen de rest geplaatst moet worden. Hoe gaan jullie hiermee om?

(N) Dat is een leerproces waar wij een grote rol in spelen. Bij musea wordt het steeds beter, maar je ziet dat ze het nog steeds moeilijk vinden om na te denken over hoe je digitaal werk toont. Ze zijn nog niet ingesteld op de onpraktische elementen van digitaal werk. Als je bijvoorbeeld een website tentoonstelt dan hoor je deze ook echt als website te laten zien, dus verbonden met het internet. Vaak wordt er dan door musea gekozen om een screengrab van de website te tonen omdat dat stabiel is, dus als er dan een storing in de Wifi is dan staat het scherm niet op zwart. Je zou dat kunnen vergelijken met het ophangen van een scherm met daarop een plaatje van een schilderij. Dat soort vraagstukken zijn er met het tonen van digitaal werk. Dit ligt ook aan de kunstenaar, sommigen zijn er heel makkelijk in hoe het getoond wordt en sommigen heel precies. En daar bemiddelen wij als galerie in. Als er een tentoonstelling aankomt met digitale werken dan hebben we van te voren contact over welke gedachten er zijn vanuit ons, de kunstenaar en de curator.

(E) Wat voor rol denk je dat de pandemie heeft gespeeld in het reguleren en accepteren van digitaal werk?

(N) De pandemie heeft gewerkt als een katalysator voor het hele digitale leven en de kunst heeft hier automatisch van geprofiteerd. De ontwikkeling van de NFT’s is bijvoorbeeld een ontwikkeling waar COVID aan heeft bijgedragen. Ik denk dat omdat toen we ineens waren aangewezen op digitale technologie alles met veel meer intensiteit heeft plaatsgevonden. En zo was het ook bij ons. Er leefde bij ons al een aantal jaar de gedachte om digitale tentoonstellingen in het digitale domein te maken, alleen hier kwamen we niet aan toe qua tijd. Toen de pandemie begon ging er natuurlijk van alles dicht en kwamen mensen thuis te zitten en toen werd dat idee toch ineens heel relevant. En vanaf dat moment zijn heel veel bedrijven, maar ook kunstbeurzen, galeries en veilinghuizen digitaal dingen gaan doen, al was het meeste daarvan echt heel slecht. Wij hebben onze digitale tentoonstellingen heel snel kunnen opstarten omdat Constant Dullaart en Jonas Lund al eens eerder een digitaal tentoonstellingsconcept hadden ontwikkeld voor het Stedelijk Museum Amsterdam. In een verdere samenwerking met Jan Robert Leegte, Ties van Asseldonk en Deborah Mora is die website doorontwikkeld en zijn wij er tentoonstellingen op gaan samenstellen. De meeste digitale tentoonstellingen die je in die tijd zag waren ontzettend statisch, je zag een soort lange scroll lijst met werken die van origine helemaal niet digitaal zijn. Dat wilden wij niet, wij vonden het juist interessant om digitale kunst naar de voorgrond te brengen. We hebben ontzettend lang nagedacht over hoe we digitaal werk kunnen tentoonstellen in het digitale domein op een manier die aansluit bij de fysieke white cube. Een van de voordelen van de white cube is bijvoorbeeld dat je heel visueel verbanden kan leggen tussen werken. Je hangt het ene werk ten opzichte van een ander werk, en daarin kan de toeschouwer al verbanden leggen. Dat valt weg als je een lijst van werken hebt waar je doorheen scrollt. We zijn dus eigenlijk de fysieke ruimte gaan benaderen met een digitale ruimte. Dat zochten we ook in het ontmoeten van andere bezoekers, zo heeft het technische team technologie ontwikkeld waardoor je als je in de buurt kwam van iemand anders, je met elkaar kon praten. Net als op een echte opening kon je een gesprek aangaan of luisteren naar wat anderen met elkaar bespraken. We hebben dus een aantal van deze digitale tentoonstellingen gemaakt, maar we hebben het nu ook weer losgelaten. We merkten vooral dat er een enorme moeheid ontstond bij zowel onszelf als het publiek, er was zoveel te zien dat mensen hun interesse verloren. Constant Dullaart is er zelf wel verder mee gegaan. Hij heeft het hele concept doorontwikkeld zodat je nu online je eigen tentoonstelling kan maken. Misschien gaan we als galerie er nog een keer mee verder maar voor ons moet het dan logisch en interessant zijn om dat te doen.

(E) Hoe gaan jullie om met het toekennen van waarde aan digitale kunst en de relatie tussen fysiek en digitaal werk?

(N) We hebben nu een tentoonstelling van Marijke de Roover. In die tentoonstelling zien we fysiek werk, maar sommige van de memes die ze maakt staan ook online, op Instagram. Sommige van die memes worden uitgewerkt tot een fysiek werk, zoals je bijvoorbeeld nu bij ons in de galerie kan zien. Dus in dat geval koop je een fysiek werk. Verder is het min of meer vergelijkbaar met de websites van Rafaël Rozendaal waarin het werk de hele wereld over gaat, maar er ook een fysiek contract in handen van de koper is. Het feit dat iedereen een werk kan zien is juist interessant en doet niets af aan het werk. Bij digitale kunst zie je zelfs dat het delen het werk belangrijker maakt. Dit is ook waaruit NFT’s zijn ontstaan, vanuit de wens om een digitaal, makkelijk te reproduceren werk uniek te maken en waarde toe te kennen.

(E) Aan de ene kant is dat heel logisch en aan de andere kant staat het lijnrecht tegenover alles wat je ooit geleerd hebt over hoe je waarde moet toekennen.

(N) Eigenlijk niet want waarde ken je toe aan wat schaars is en gewild. Dat zijn de basisprincipes van de economie. Dus de eerste stap in waarde toekennen is schaarste creëren, je maakt iets uniek.

(E) Maar wordt tastbaarheid niet ook als een waarde gezien van kunst?

(N) Ja, maar dat is een waarde die aan terrein aan het verliezen is. En dat is een gevolg van de brede, maatschappelijke ontwikkeling van digitalisering. Wij zijn van een generatie waarin we nog waarde hechten aan het fysieke, maar er zijn generaties die nu opgroeien die dat veel minder hebben. Dat is echt een ontwikkeling in de maatschappij die onomkeerbaar is. Voor de generaties die nu opgroeien met Web 3.0 en de Metaverse zie je dat de digitale realiteit net zo echt is als de fysieke realiteit.

(E) En toch merk je dat er bijvoorbeeld op kunstacademies nog niet heel veel gedaan wordt met digitaal werk, terwijl hier die jongere generaties komt te studeren.

(N) Academies zijn net zoals de kunstmarkt enorm conservatief, dat bewijst elke nieuwe kunststroming. In de jaren 60 of 70 zaten academies ook niet te wachten op conceptuele kunst, dat is hetzelfde met digitale kunst. Alleen zie je nu dat digitalisering maakt dat alles wel wat sneller gaat dan voorheen. Ik denk dat je digitale kunst constant moet beschouwen in het brede kader van de hedendaagse kunst. Een academie kan nog steeds waarde hebben ook al houden ze zich niet bezig met digitale kunst, want digitale kunst staat niet op zichzelf. Het is juist veel interessanter als je het in een breder perspectief plaatst.

(E) Onder andere door hoe bijvoorbeeld kunstacademies omgaan met digitaal werk, lijkt het erop alsof andere sectoren wat sneller zijn met het implementeren van digitalisering dan de kunstwereld, hoe denk jij hierover?

(N) Het ligt er vooral aan vanuit welke hoek je de kunstsector benadert. Kunstenaars waren er juist heel vroeg bij. Zelfs nog voordat de personal computer bestond en computers alleen in een ruimte bij defensie of grote multinationals te vinden waren, werden ze door kunstenaars gebruikt om werk te maken. Vanaf het begin van het internet in 1995 had je mensen zoals JODI die op het web actief waren en daar kunst maakten. Vanuit dat perspectief loopt de kunst dus helemaal niet achter en was die zelfs een voorloper. Als je het hebt over de kunstmarkt dan is het een ander verhaal, die kant is heel conservatief. We stonden vorig jaar bijvoorbeeld op Art Basel, de belangrijkste beurs voor hedendaagse kunst, en nog steeds was 95% van wat je daar zag hele traditionele, figuratieve schilderkunst. Wij stonden daar met een oeuvre overzicht van JODI overzicht van de jaren ’95 tot nu. We hadden allemaal maar schermen en hardcore digitale kunst, software- en gamemodificaties dus we vielen daar wel echt op, verder deed niemand zoiets. Zo’n beurs is de kunstmarkt pur sang, het loopt ontzettend achter op wat kunstenaars allemaal doen. Hier in Nederland zie je dit soort dingen ook bij musea, als je echt digitale kunst wilt zien moet je daar over het algemeen voor naar het buitenland.

(E) Is er een specifiek land waar digitale kunst wel echt naar voren komt in musea? 

(N) Het is niet zo zeer aan landen gebonden maar meer aan bepaalde plekken ter wereld. Je hebt bepaalde musea die daarin voorlopen en meer interesse in hebben, je hebt er bijvoorbeeld een aantal in Duitsland en Amerika. Daarnaast is het ook afhankelijk van de directeur en curatoren die in het museum werken. Maar je zult altijd blijven zien dat er segmenten zijn in de beeldende kunst die heel erg achterlopen, dat is ook altijd zo geweest. Wat wel interessant is, is dat Nederland qua digitale kunstenaars echt een van de voorlopers is. Nederlandse kunstenaars behoren tot de voorhoede van de digitale kunst stromingen, alleen dit wordt gewoon gemist. Waarom heeft JODI bijvoorbeeld nog nooit een solo in het Stedelijk Museum Amsterdam gehad? Dat is ongelofelijk.

(E) Zie je een belang in het vergroten van de aandacht voor het digitale medium in de kunst of denk je dat het niche imago van digitale kunst ook meteen zijn aantrekkingskracht is? 

(N) Ik denk dat het een onomkeerbare ontwikkeling is dat digitale kunst steeds groter en belangrijker wordt. Onze maatschappij digitaliseert dus op een gegeven moment zullen ook bijvoorbeeld musea daarin meegaan. Het belang neemt daardoor niet af, misschien zelf alleen maar toe. Tegelijkertijd denk ik ook dat de fysieke werkelijkheid altijd belangrijk blijft en blijft bestaan, dus het is ook niet zo dat straks ineens toch de schilderkunst dood is, zoals al zolang wordt geroepen. Daarvoor is fysieke kunst te wezenlijk en essentieel. Maar net zo wezenlijk en essentieel is de digitale kunst. Ik denk dat de ontwikkelingen die nu en de komende jaren gaan plaatsvinden zorgen dat we allemaal gaan zien er begrijpen dat het digitale domein net zo belangrijk is als het fysieke domein.

(E) Is het cureren van digitale kunst dan ook wezenlijk anders?

(N) Ja, absoluut. Het is een medium met zijn eigen complicaties en vraagstukken en dat brengt andere aspecten met zich mee. Tegelijkertijd is cureren verbanden leggen tussen kunstwerken, dat blijft uiteraard hetzelfde. Techniek maakt het wat lastiger uit te voeren, maar tegelijk moet je je wel realiseren dat elke digitale technologie een basis heeft in techniek die we al kennen. We werken met dezelfde mechanieken die je ook ziet bij videokunst, fotografie of conceptuele kunst.

(E) Hoe belangrijk is het vormen van een netwerk in de kunstwereld voor jullie en gebeurt dit voornamelijk online of offline? 

(N) Dat is totaal essentieel. In een galerie gaat het om het creëren van een netwerk. Niet alleen met de kunstenaars, maar ook naar de markt toe dus met verzamelaars of journalisten. Op die manier kan je een kunstenaar helpen door het werk onder de aandacht te brengen. De laatste jaren, door de digitalisering van de maatschappij, is het steeds belangrijker dat deze netwerken ook online gevormd worden. Je ziet het bij sites als Gallery Viewer en Artsy bijvoorbeeld. Artsy maakt daarin ook gebruik van het verhalende om een netwerk op te bouwen. Dat doen ze door middel van context geven en te zorgen dat mensen terugkeren.

(E) Kun je wat meer vertellen over hoe jullie je positie bepalen aan de hand van de tentoonstellingen die jullie maken? Is het hierbij jullie doel om een kritische houding aan te nemen in de hedendaagse maatschappij?

(N) Daar zijn meerdere stappen voor. En het begint met het creëren van je netwerk aan kunstenaars. In de keuzes die we daarin maken is het voor Upstream heel duidelijk dat we een hang hebben naar geëngageerde, digitale en conceptuele kunst. Die interesse is weer een belangrijk element om keuzes te maken in ons programma en de tentoonstellingen die daaruit voortvloeien zijn dan heel logisch. Eigenlijk is een galerie een grote speeltuin, waarbij je zelf het genoegen hebt dat je je kan omringen met de dingen die je interessant vindt en waarin je andere mensen in dat verhaal kan meenemen. Je kan natuurlijk ook iets promoten omdat je denkt dat je er veel geld mee kan verdienen. Er zijn veel galeries die dat zo doen, maar dat interesseert mij niet zo als doel op zich. Het kan daarentegen wel juist interessant zijn om dingen die moeilijker in de markt liggen succesvol te maken.

(E) Zie je het idealisme wat vanuit activisme en het delen van kennis vaak te zien is in digitaal werk nog steeds terug in het werk van hedendaagse digitale kunstenaars?

(N) Idealisme is niet alleen een aspect van digitale kunst, dat vindt je heel veel terug in de kunst. Het is natuurlijk een mooie aanleiding waar interessante dingen uit voortkomen, maar dan komt er natuurlijk wel de kunstmarkt kijken. Op die manier moet je de balans vinden. Een kunstenaar kan heel idealistisch zijn, maar hij wilt ook kunstenaar zijn en het liefst daarmee zijn geld verdienen. Daar ontstaat een spanningsveld. De truc is om ervoor te zorgen dat het idealisme een plek kan vinden in het werk, maar ook te zorgen dat er een boterham mee verdiend kan worden.

 

Witte Rook is een door kunstenaars gedreven organisatie met een residency programma en een online platform voor onderzoek, experiment, talentontwikkeling en online storytelling. In het programma staat het proces van de kunstenaar centraal door het bieden van korte en lange werkperiodes waarbinnen ontmoetingen plaatsvinden. Voor de duiding van het werkproces worden werkperiodes vergezeld van artikelen en teksten geschreven door diverse auteurs die het narratief van de kunstenaar naar buiten brengen. Witte Rook hecht daarbij bijzondere waarde aan het (be)schrijven als onderdeel van de kunstpraktijk en stimuleert kunstenaars om te publiceren over hun werk, als onderdeel van hun werk of als het kunstwerk zelf.

Het project Entrepot bestaat uit een onderzoek gebaseerd op een tiental interviews en een serie van publicaties op het online platform van Witte Rook. Dit gesprek met Nieck de Bruijn van Upstream Gallery hoort bij het deel de kracht van het individu, waarin we ingaan op activisme, de typering digitaal kunstenaar, de acceptatie van digitaal werk door de kunstwereld, de esthetische maar ook ethische kant van NFT’s en de toegankelijkheid van het kunstwerk. Dit project is mogelijk gemaakt dankzij een startsubsidie van Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Comments are closed.