Agenda Artikelen Zoeken Contact Partners Auteurs
 
0
filters actief
Kaart weergeven
 
Alle items weergeven
Agenda
advies aan de jonge kunstenaar
Agenda
AI Lise
AiR
Art&Music
Blog
Expositie
Interview
nieuws
open call
Openbare ruimte
Opinie
Praktijk
praktijk en internet
Publicatie
Recensie
Snacks
Uit de archieven
Video
WKDNX
XTRA
Created with Sketch.

De fluïde kunstpraktijk van Kwinnie Lê

Als online platform maakt Witte Rook regelmatig gebruik van de mogelijkheid om via e-mail interviews te houden. In het kader van een doorlopend onderzoek naar de rol van het internet in de beeldende kunsten spraken we met Kwinnie Lê. Kwinnie werkte dit jaar als WKNDX kunstenaar bij Witte Rook tijdens de periode dat de maatregelen rondom COVID-19 van start gingen. Hierdoor schakelde zij nog tijdens haar werkperiode om van een fysieke naar digitale opening.

 

Welke rol speelt het internet in jouw artistieke praktijk? Op welke manier zet je het in voor je beeld en gedachtegoed?
Het internet heeft een andere betekenis gekregen in de huidige situatie en beïnvloed sterk mijn artistieke praktijk. In mijn praktijk werk ik projectmatig. Deze projecten zijn langdurig en overlappen elkaar. Qua methodiek in mijn werk, ga ik graag het menselijk contact met elkaar aan door het fysieke lichaam aan te passen. Hierin speelt (tot voor kort) de virtuele wereld een kleine rol. Echter heeft het internet een centrale rol in mijn onderzoek “pain on display”, een onderzoek naar de pro-ana community wat zich afspeelt op sociale media platformen. Het heeft de afgelopen jaar of twee zich beter kunnen vinden in de vorm van essays, omdat ik het gemaakte visuele werk tegenstrijdig ondervond. In gedachtegoed is het er zeker wel, visueel kom ik er moeilijk uit. Dit betekent niet dat ik het uitsluit in methodiek. Ik heb mijn praktijk altijd gezien als fluïde. Een praktijk die zich aan kan passen aan wat er is gegeven en zich aan past aan de ander. Juist om zo onzichtbare verhalen tot recht naar voren te laten komen. Als het internet hier een rol in kan spelen sluit ik het dus niet uit. Dit heeft zich vooral bewezen in de huidige tijd waar ik, en vele anderen, experimenteer met de mogelijkheden van het internet. Zo ben ik bijvoorbeeld samen met Iris van Wijk performatieve experimenten aangegaan via Skype calls. Een zoektocht in het online communiceren zonder taal. Of bijvoorbeeld met mijn nieuwe atelier genootjes Lili Lu, Emmy vollaard en Nash Caldera. De pandemie brak uit op het moment dat we samen een atelier in zouden trekken. We hebben de fysieke atelierruimte maar die kunnen we nu niet helemaal gebruiken zoals we dat oorspronkelijk wilden. We zijn nieuwe manieren gaan zoeken om met elkaar te communiceren waaronder we een online ruimte gebruiken op https://cv.hotglue.me. Een soort online atelier waar we vrij zijn om te experimenteren, zoals je dat normaliter zou doen in een fysiek atelier. Ik ben ze offline+online brieven gaan schrijven. Hoewel er dus nu meer online plaatsvindt, verhoud ik me nog steeds graag tot de ander en de verhalen van de ander. En dan in een talig jasje. Dit blijft hetzelfde.

In je WKNDX-werkperiode bij Witte Rook startte je met het idee dat je eindpresentatie van je werk in de fysieke ruimte zou plaatsvinden. Door de maatregelen rondom Covid-19 kon dat niet doorgaan en heb je een performance via onze live-feed uitgezonden. Welke voorwaarden stel jij jezelf bij het delen van je werk? Hoe was het voor jou om van een fysieke aanwezigheid om te schakelen naar een digitale aanwezigheid?
Het was een vreemde, maar nodige omschakeling. Hoewel ik qua methodiek het fysieke lichaam vervorm, is de kern in mijn praktijk nog steeds om momenten te creëren waarbij onzichtbare verhalen zichtbaar kan maken. Een moment waar iedereen aan mee kan doen, geachte wie je bent en geachte wat de situatie is. Zoals eerdergenoemd, mijn praktijk is fluïde. De situatie is nou eenmaal dat we niet bij elkaar kunnen komen. Het was dus niet de vraag of ik het online wilde doen, maar hoe ik dit online zou doen. Deze omschakeling heeft mij juist verassende ingevingen gegeven die ik in “normale” omstandigheden niet zou hebben. Ik merk dat de huidige omstandigheden mij ook de ruimte geeft om dit experiment aan te gaan met het internet. Wellicht had ik in andere omstandigheden minder het experiment opgezocht.

Wat is voor jou de waarde van online werk kunnen delen, als je dat vergelijkt met een fysiek aanwezig-zijn van publiek tijdens een performance of opening? Of ligt de waarde juist in het op een fysieke plek werken en daar ook het werk delen?
Voor mij is de participatie van het publiek een belangrijk onderdeel. Ik denk niet dat je goed een grip op mijn werk kan hebben op het moment dat je niet zelf hebt meegedaan of er zelf door heen beweegt. Als dit online kan, net zoals bij de opening van Witte Rook, dan denk ik dat het werk online delen waardevol kan zijn. Mijn voorkeur gaat wel naar fysiek omdat de houding en beweging van het lichaam enorm van invloed heeft op hoe je iets ervaart. Daar kan je meer invloed uitoefenen op het lichaam van de bezoeker en de houding ervan. Als je door een werk heen kruipt ervaar je het toch anders als je dit doet vanaf de bank. Ook vallen er veel mogelijkheden af met het beïnvloeden van de zintuigen. Zo vallen geur en tast weg, maar bijvoorbeeld ook de mogelijkheden om juist bepaalde zintuigen weg te nemen/te verminderen. Alsnog vind ik het bijzonder dat je met iemand in contact kan komen zonder elkaar fysiek ontmoet te hebben (net zoals dit interview!).

In je werk maak je veel gebruik van taal en tijdens je performance werden diverse woorden en zinnen aangereikt door het publiek. Jij maakte ze je vervolgens eigen door ze op je lichaam te schrijven. Daarop staan ook teksten getatoeëerd die uit eerdere projecten voortkomen. De teksten uit deze performance werden met uitwisbare stift aangebracht. Hoe heb je deze ontmoeting van twee tijden op jouw lichaam ervaren? En wat vind je van het aangereikt krijgen van teksten uit het publiek, waarvan je geen idee hebt in welke omgeving of gemoedstoestand deze mensen zich bevinden?
De gelaagde tijden tussen de getatoeëerde teksten en de uitwisbare teksten spelen in op performance als mijn praktijk. Wanneer is de performance voorbij? Is dat als ik klaar ben met schrijven of als alle woorden compleet zijn vervaagd? En hoe zit dit dan met mijn tattoos? Hiermee bevraag ik tegelijkertijd de performativiteit van taal. Ik ben benieuwd hoe wij met taal omgaan in relatie met de mensen om ons heen. Hierin speelt tijdelijkheid en permanentie een belangrijke rol. De performance is dan ook onderdeel van een reeks performances onder de naam “your heart on my skin”. Zouden we voorzichtiger omgaan met onze woorden als het permanent zou zijn? En wat gebeurt er met onze taal als we dichter bij elkaar komen? Vragen over censuur en kwetsbaarheid duiken op. Dit is pas fase I, maar het laat al wel zien hoe wij met taal gaan op sociale media. Er waren een aantal participanten die de chatbox op een experimentele manier gebruikten en ik vind het spannend om te zien hoe zij die vrijheid innamen. Het is te bevragen of zij dezelfde vrijheid in zouden nemen in een andere context.


 
praktijk en internet:
Dislocatie en distributie: over JPEGS van Thomas Ruff en Dispersion van Seth Price
Het uitwisselen van beeldmateriaal door dit te versturen en te ontvangen is niet nieuw. Al in de jaren zestig, in de fluxus period...
Door: Gastauteur
 
praktijk en internet:
Voor jou, van mij: Information Overload.
Foto’s van paarden, veelal in steigerende positie, in dromerige weilanden, wisselen elkaar af. Begeleid door een smooth, enigszi...
Door: Gastauteur
 
WKNDX:
Sewing Skins by Kwinnie Lê
Witte doeken sieren de expositieruimtes van Witte Rook. Langzaamaan weven woorden in rood op wit,  terwijl zwarte inkt zich perma...