Agenda Artikelen Zoeken Contact Partners Auteurs
 
0
filters actief
Kaart weergeven
 
Alle items weergeven
Agenda
advies aan de jonge kunstenaar
Agenda
AiR
Art&Music
Blog
Expositie
Interview
Openbare ruimte
Opinie
Praktijk
Publicatie
Recensie
Snacks
Uit de archieven
Video
WKDNX
XTRA
Created with Sketch.

Advies aan de jonge kunstenaar #12

Hieronder lees je de brief die Renée Verberne schreef voor het boek Eenenveertig brieven van de jonge kunstenaar dat ze samen met Roos van den Oetelaar en Uitgeverij Pels & Kemper realiseerde. Het boek bundelt eenenveertig brieven van recent afgestudeerde jonge kunstenaars die vertellen over hun dromen, twijfels, ervaringen en dagelijkse praktijk en is een vervolg op het door Jos Houweling samengestelde boek Eenenveertig brieven aan de jonge kunstenaar uit 2007; in dit boek stonden verhalen en adviezen van ervaren kunstenaars, kunstcritici en auteurs, maar de stem van de jonge kunstenaar bleef hierin achterwege. Daar wilden Verberne en Van den Oetelaar met hun boek verandering in brengen.

renee2

Exclusief voor Witte Rook-lezers mogen wij het boek aanbieden voor 5 euro per exemplaar (exclusief verzendkosten). Je dient het boek dan direct te bestellen via reneeverberne@gmail.com. Bij een bestelling vanaf vijf exemplaren worden er geen verzendkosten in rekening gebracht.

41brieven_08

 

Venlo, 22 augustus 2014

 

Aan Renée, die inzicht en moed behoeft,

Het is een jaar na mijn afstuderen en ik zit achter mijn laptop: net thuis van mijn parttime baan bij een koffietentje en hoewel ik moe ben van mijn werkdag, probeer ik toch nog de laatste hand te leggen aan het updaten van mijn website en onderzoek te doen naar het doen van belastingaangifte als zelfstandig ondernemer. Er is geen tijd voor ontspanning; iedere avond is er weer die drang iets te moeten doen voor mijn kunstenaarschap; een schuldgevoel maakt zich algauw van mij meester als ik een poging tot ontspanning onderneem. Mijn website updaten en uitzoeken hoe ik mijn belastingaangifte moet doen zijn slechts twee punten op een ellenlange, zelfgemaakte waslijst: een to-do-lijst vol opdrachten voor mezelf met als doel een succesvolle kunstenaar te worden, op een zo kort mogelijke termijn.

Begrijp me niet verkeerd; het afgelopen jaar heeft van alles opgeleverd. Na de academie waren er exposities, deed ik mee aan open calls en werd ik gebeld door een galeriehouder dat ik er tijdelijk iets mocht tonen. Hierdoor bleef ik werk maken. Nu er echter geen tentoonstellingen meer op de planning staan, ben ik koortsachtig aan het werk aan de hand van mijn waslijst, in de hoop dat het afwerken ervan me soelaas biedt; het is immers dé lijst om succesvol te worden.

Nu, er is dan wellicht geen tentoonstelling in het vooruitzicht, er is wel een langlopend project waar ik al een hele tijd met veel plezier aan werk samen met een bevriende jonge kunstenaar en waar ik ook m’n ei in kwijt kan. We maken een boek, waarin we jonge Nederlands kunstenaars via brieven willen laten vertellen over hun leven, toekomstplannen, verdwalingen, moeilijkheden en concrete dagelijkse beslommeringen. Zo komen ze eens een keer zelf aan het woord, in plaats van dat er over ze gepraat wordt, en kunnen ze taboes over hun situatie de wereld uithelpen.

Nieuw werk blijven maken of met projecten bezig blijven; dat is buitengewoon belangrijk voor jonge kunstenaars om voorwaarts te blijven gaan, althans dat is wat ik heb gemerkt. Als je lang niets maakt, wordt het maken van nieuw werk een fata morgana: iets wat je niet meer voor mogelijk houdt, onecht. Ik wordt er zelfs doodongelukkig van, van dat ‘nieuw werk’-loos zijn. Dat gevoel is an sich geen verkeerd teken, want het betekent dat ik echt de behoefte heb om kunst te maken, dat ik het nodig heb. Deadlines, zoals tentoonstellingen, hoe onbeduidend ook, helpen mij om bezig te blijven. Ik kan ook best werk maken zonder iets in het vooruitzicht te hebben, maar het helpt enorm om wel een deadline te hebben, om af en toe een punt te moeten zetten en iets van je werk te moeten tonen. Het is hoe dan ook leerzaam. Ik struin daarom het internet af, op zoek naar open calls, kunstwedstrijden en geschikte tentoonstellingen of festivals waar ik aan mee kan doen.

Maar vaker ‘nee’ horen is niet altijd makkelijk. Ik las ooit eens een stuk van Frank Koolen waarin hij schreef dat het niet alleen talent, geluk en vertrouwen in eigen kunnen zijn die je tot een succesvolle kunstenaar maken, maar vooral incasseringsvermogen. Je wordt namelijk, als je een keer wordt afgewezen als kunstenaar, meestal niet op je techniek of je precisie afgewezen, maar op je ‘meest individuele poging om op persoonlijke wijze een idee te vertalen’. En om dat telkens te kunnen doorstaan, is incasseringsvermogen nodig. Het is overigens niet raar, en ook niet erg om je af en toe eens uit het veld te laten slaan als jonge maker. Dat hoort erbij, daar krijg je eelt van. De eerste versie van deze brief was een stuk negatiever; ik schreef veel over mijn twijfels en tegenslagen. Ik zat er doorheen, dus schreef ik daarover. Het is ook niet gek dat ik twijfel over mijn kunstenaarschap na de academie; geen aai meer over mijn bol dat het goed is wat ik doe, geen ellenlange, mooie maar op een bepaalde manier nutteloze gesprekken met klasgenoten meer, die nergens toe leidden, maar die de kunstgeest in me wel levend hielden en me vertrouwen gaven voor al dat geks wat ik van plan was te doen. De context van de academie gaf me vertrouwen en moed.

Nu is het anders. Waar zijn mijn ballen gebleven? Ik ben toch Renée Verberne, die zonder vrees naakt koprolt in de ijzige sneeuw van de openbaarheid?
Ik vind ze hopelijk gauw terug. Ik heb vorige week mijn camera weer eens opgepakt en ik ben een keer in het bos gaan fotograferen. Het is nu nog maar een kleine stap…

Liefs, Renée Verberne

renee3

P.S. Nu ik deze brief weer teruglees, zo’n drie jaar later, kan ik stellen dat ik nog steeds worstel met de twijfels en onzekerheid over het kunstenaarschap. Echter, ik merk wel dat ik langzaam, maar gestaag vooruit kom en absoluut niet denk aan opgeven. Ik ben nu eenmaal kunstenaar, dat is de weg die voor mij mogelijk tot geluk kan leiden, terwijl andere wegen me hoe dan ook niet gelukkig zullen maken. Ik heb inmiddels veel mooie projecten kunnen realiseren, ik heb bijna een universitaire master Filosofie afgerond en ben nu op het punt waarop ik niet meer zo maar ‘ja’ zeg tegen een opdracht of expositie: ik heb het inmiddels té  vaak meegemaakt dat een project me heel veel tijd, geld en energie kostte, en dat het me uiteindelijk weinig opleverde dan weer wat opvulling voor mijn cv en hooguit wat lokale naamsbekendheid. Na de eerste paar jaar, wanneer je cv goed gevuld is met allerhande projecten en tentoonstellingen die je voor nog geen habbekrats hebt gedaan, is het mijns inziens goed om ook ‘nee’ te leren zeggen tegen projecten die je eigenlijk niet zo leuk vindt, of die te weinig opleveren voor de energie die ze kostten.

Je moet namelijk spaarzaam met je energie omgaan, anders raak je uitgeput. Geloof me, ik kan het weten. Nu ik net moeder ben geworden, merk ik dat ik echt een nieuwe balans moet vinden en niet zomaar overal aan mee kan doen: dat red ik gewoon niet meer qua energie. En ik wil potjedomme ook geld kunnen verdienen voor mijn zoon en voor hem kunnen zorgen. En niet zomaar een beetje zorgen in de zin van luiers verschonen en potjes voedsel geven, nee, de allerleukste, sterkste, gekste, slimste, liefste en creatiefste moeder zijn ooit. Een beetje een kruising tussen Wonder Woman, Pippi Langkous, Marina Abramovitz, Pocahontas en Hannah Arendt. Maar goed, daarover schrijf ik nog wel een andere keer. Maar het maakt me tegenwoordig wel echt boos als ik weer eens merk dat het in de kunstwereld blijkbaar normaal is om alles voor niks te doen. Alsof ik geen huur, eten, luiers en allerhande materialen moet betalen. Ik was nooit gefocust op het verdienen van geld met mijn kunst, daar gaat het ook überhaupt niet om bij het maken van kunst. Kunst maak je uit hele andere beweegredenen, als het goed is. Maar dat is wel het probleem: veel kunstenaars hebben dat hogere doel van verheffing via hun kunst voor ogen, geld is zoiets aards en materieels, dat lijkt zo onbelangrijk. Tot je het niet meer hebt. Uiteindelijk word je er wel mee geconfronteerd, met die vraag ‘Hoe kan ik de kunst blijven maken die ik wil maken en toch mijn hoofd boven water houden?’

Er zijn allerlei opties: een parttime bijbaan in een totaal andere sector is één van de opties. Of lesgeven. Of deels toch commerciëler (‘verkoopbaarder’) werk maken. Een subsidie aanvragen voor een werk- of leefbudget bij bijvoorbeeld het Mondriaanfonds. Net wat voor jou werkt. Maar verwacht niet dat het binnen een paar jaar lukt. Een beetje hier en daar wat geld verdienen met kunst, of een leuke en goed verdienende parttime baan vinden die je gemakkelijk kan combineren met je kunst. Reken op tien jaar ofzo: als je dan nog steeds rondhangt in de kunstwereld, dan doe je het vrij aardig, denk ik. En vooral als die eerste twee, drie jaar voorbij zijn en je geen frisse jonge kunstenaar meer bent die voor allerlei exposities in aanmerking komt, dan moet je doorbijten.

Ten slotte wil ik nog meegeven dat een gezonde portie relativeringsvermogen ook helpt om een vrolijke kunstenaar te blijven (of worden). Kunst is het allerallerbelangrijkste en nobelste streven, dat draait om niets minder dan zelfontplooiing en de verheffing van de geest, maar tegelijkertijd is het naar mijn idee goed om daar niet altijd mee bezig te zijn en je eens te mengen onder de rest van onze soortgenoten. Ga carnavallen, kijk een soap, ontspan, bezoek de IKEA of maak een baby en relativeer je kunstenaarschap: juist door het af en toe wat lichter te maken, kun je weer de diepte induiken. Succes! Liefs, Renée


 
Auteur:
Gastauteur

Venlo, Nederland

Gastschrijver: Renée Verberne

''Als kunstenaar zoek ik naar mijn oorsprong: het oorsprongsgebrek bezorgt mij een onophoudelijk verlangen naar heelheid. Ik probeer het te verzachten door ‘expedities’ te ondernemen naar bovengenoemde plekken, waar ik het probeer te sussen via rituele handelingen die dit gebrek compenseren. Het geeft tijdelijk rust, als ik mezelf een plaats geef in de wildernis, tussen de wezens die compleet zijn, en mijn ‘oorsprongswenen’ wordt weggedrukt door een overweldigende sfeer van saamhorigheid; alsof de plek en de aldaar residerende wezens mijn komst al lange tijd hadden voorzien en me hebben opgewacht.''

 
praktijk:
Advies aan de jonge kunstenaar #8
Na de academie ligt de hele wereld voor je open, maar zit niemand op je te wachten. Deze dynamiek met enerzijds vrijheid en mogeli...
Door: Gastauteur
 
praktijk:
Advies aan de jonge kunstenaar #9
Witte Rook vraagt en ontvangt 'Advies aan de jonge kunstenaar'. Om jou te inspireren en motiveren om je eigen weg te gaan en beeld...
Door: Gastauteur
 
praktijk:
Advies aan de jonge kunstenaar #7
WELKOM! Welkom is misschien niet meteen het eerste woord wat me te binnen schiet als ik terugdenk aan de eerste stappen die ik ...
Door: Gastauteur