Agenda Artikelen Programma Zoeken Contact Partners Auteurs

Entrepot: Baltan Laboratories

Baltan Laboratories, 25 november 2021, online via Zoom

Interviewer: Esther van Rosmalen (E)

Geïnterviewde: Marlou van der Cruijsen (M)

 

(E) Kun je vertellen hoe jullie bij Baltan Laboratories werken en wat jullie doen? 

(M) Ons uitgangspunt is om te kijken naar maatschappelijke vraagstukken vanuit een artistieke of conceptuele invalshoek. We werken nauw samen met kunstenaars, designers of andere creatieven projecten om verschillende expertises, disciplines en sectoren bij elkaar te brengen. Aan de ene kant initiëren we inhoudelijke programma’s en residenties, maar we ondersteunen ook ontwerpers en kunstenaars en werken veel samen met andere Europese instanties. Die samenwerkingsverbanden zijn voornamelijk onderzoeksprojecten die meer vanuit maatschappelijk onderzoek of educatie ontstaan en niet per definitie uit het creatieve veld. Onze rol daarin is dan om het culturele of artistieke component in te brengen en de vertaalslag te maken van vraagstellingen naar de culturele sector. We zien wat we doen als onderzoek en daardoor hebben we ook de kans om veel buiten de sector samen te werken. Door ons te richten op maatschappelijke thema’s staan we eigenlijk al meteen in contact met andere sectoren. Het zijn namelijk juist die sectoren waar de culturele sector vaak helemaal niet in betrokken wordt. Op die manier brengen we mensen met elkaar in contact en kijken we ook buiten kunst om naar hoe we kunnen bijdragen. Zo hebben we bijvoorbeeld recentelijk een Horizon aanvraag gedaan. Dat is een programma van de Europese Commissie waarin ze geld beschikbaar stellen voor onderzoek en innovatie. Ze stellen vragen over hoe de creatieve industrie kan bijdragen aan alle uitdagingen waar we voor staan als Europa. Denk aan energie transitie, sociale ongelijk en hoe we jongere generaties zich verbonden kunnen laten voelen met Europa. Het zijn projecten die worden getrokken door verschillende universiteiten en er worden dan vanuit heel Europa partners bij gezocht. Verder werken we ook binnen Creative Europe, het kunstprogramma van de Europese Commissie en werken we samen met andere organisaties die veel op ons lijken en met digitalisering of nieuwe media bezig zijn.

(E) Hoe geven jullie vorm aan die projecten? 

(M) Binnen die Europese programma’s werken we vanuit open calls. Het onderwerp en de partner die het initieert staan dan al vast. We merken dat we vaak een van de weinige organisaties zijn die actief met kunstenaars samenwerkt. Veel van de projecten gaan over hoe we de culturele sector vormgeven of hoe je de creatieve industrie een boost kan geven, maar daar worden weinig kunstenaars bij betrokken. Dat doen wij dus wel. Verder focussen we echt op het experiment. We zijn geen instelling die als doel heeft om te presenteren, maar we experimenteren en zoeken samen met kunstenaars en ontwerpers naar vormen waarin we het over bepaalde thema’s kunnen hebben. We proberen dit zo open en toegankelijk mogelijk te doen, maar we maken geen gefinetunede producties voor het grote publiek. We gebruiken onze projecten meer om thema’s specifiek te maken, op die manier zitten we tussen de kunstenaar en de maatschappij in.

(E) Ik kan me voorstellen dat er bij die projecten ontzettend veel informatie vrijkomt, hoe brengen jullie dat weer in kaart en tonen jullie het aan publiek? 

(M) Voor onze eigen projecten denken we heel bewust na over wat we belangrijk vinden om naar buiten te brengen. Vaak hebben de projecten hun eigen kanalen om informatie te delen. We proberen om veel hiervan te documenteren en te zoeken naar formats waarin we ontwikkelingen en documentatie kunnen delen. We documenteren zelfs die dingen waarvan we nog niet zeker zijn of we ze publiek gaan maken, we nemen bijvoorbeeld al onze online sessies op en zorgen we dat er een verslag van wordt gemaakt. Zo proberen we na te denken hoe we dingen in de vorm van een publicatie openbaar kunnen maken. De Europese projecten hebben hun eigen portal of website waar je alle documentatie en resultaten kan terugvinden. We nemen niet per definitie een archiverende rol aan. Vaak zit er vooral heel veel waarde in het moment zelf en dan is het lastig om dit te vatten in geschreven taal. We hebben wel een archief waarin we voornamelijk foto’s bewaren en we doen ons best om die zo toegankelijk mogelijk te houden, maar we weten ook dat er geen enorme groepen mensen staan te wachten om door tien jaar foto’s heen te bladeren. Dat is meer voor onszelf. Daarnaast zijn alle lezingen die we ooit hebben gehad opgenomen en die staan ook online. We maken natuurlijk een programma voor mensen, niet voor onszelf, maar we weten ook dat het belangrijk is voor ons om te kunnen zien hoe we ons door de jaren heen ontwikkeld hebben. Zo kun je gemakkelijker links maken met eerdere projecten en onderwerpen.

(E) Hoe geven jullie de residenties vorm? 

(M) Op dit moment werken we aan een Occupy residentie die is gestart vanuit een open call met als thema community. Hierin werken de ontwerpers aan een eigen project waarmee ze al bezig waren en we kijken dan hoe we ze kunnen ondersteunen qua budget en programma. We zien het als een ontwikkelresidentie waarin we kijken hoe we samen met de begeleiders van die projecten het programma kunnen vormgeven en wat daarbij belangrijk is om te laten zien. Het is dit jaar de derde editie en hij loopt dit jaar ongeveer vijf maanden. Dat is best lang, maar we merken dat we het interessanter vinden als projecten iets langer lopen. Verder hebben we in het begin van het jaar een online residentie gedaan over Liminal Spaces, waarin een ontwerper uit Japan en een uit Nederland samenwerkten. Hier hebben we veel geëxperimenteerd met hoe we een periode waarin je ver van elkaar verwijdert bent zo zinvol mogelijk kan laten zijn. In het geval van deze specifieke residentie, werd er digitaal werk gemaakt dus dan kan alle communicatie ook best digitaal zijn. Als de materie waarmee je werkt fysiek is, dan wordt het misschien iets lastiger. Begin volgend jaar komt onze publicatie uit waarin we terugblikken op deze werkvorm en waarin we ingaan op vragen over wat het inhoudt om een residentie te doen. Wij focussen daarbij niet op de technische kennis, maar we hebben het meer over residentie formats, hoe je andere sectoren kan betrekken en hoe je je blik kan verbreden. Al die gesprekken en kennis zijn niet per definitie fysieke aspecten, al zouden die er natuurlijk wel deel van uit kunnen maken. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld het economie festival volledig online gedaan en daar hebben we dit jaar een vervolg op gegeven. De eerste editie van Baltan Academy was ook online en dan moet je er wel op vertrouwen dat je mensen inschakelt die dat technisch ook goed kunnen. We wilden voor het economie project niet alleen zoom meeting doen, maar ook pre-recorded lectures aanbieden en die moesten ook visueel aantrekkelijk zijn. In zo’n geval werken we met iemand die kan filmen en iemand die kan editen.

(E) Hoe gaan jullie om met publiek? 

(M) We proberen altijd om iets betekenisvols te maken. De onderwerpen waar we mee bezig zijn, bijvoorbeeld economie, sociale ongelijkheid en ecologie zijn zowel lokaal als mondiaal van belang. Daarna komt natuurlijk de vraag; hoe breng je dat het beste over naar publiek? We hebben veel publiek die al in de creatieve sector zit en al bezig zijn met de problematieken die we aankaarten en daar ook interesse in hebben. Verder trekken we een internationaal publiek doordat we veel online en op Europees vlak werken. Juist omdat we veel internationaal bezig zijn proberen we ook steeds meer de Eindhovense context te bekijken. Dat doen we bijvoorbeeld in onze occupy residentie met woningcorporatie Sint Trudo. Hier focussen we echt op gemeenschappen in Eindhoven. Verder zijn we bezig met het ontwikkelen van een tweede versie van de online academie waarin we meer aandacht willen hebben voor de lokale omgeving van de deelnemers. Wat heel sterk zou zijn is als we kunnen laten zien dat we met een hele groep mensen van over de hele wereld samen kunnen werken, maar ook lokaal dingen kunnen ondernemen die we vervolgens weer samenbrengen. Je ziet dat online toch meer publiek trekt. Bij een fysieke lezing zie je alleen een Nederlands of zelfs Zuid-Nederlands publiek, terwijl een digitaal event voor veel meer mensen toegankelijk is.

(E) Hoe vertaal je dan alles wat er gebeurt tijdens zo’n residentie naar het publiek? 

(M) We vinden het zinvol om naar een presentatie toe te werken. Dan creëer je namelijk de druk om na te denken over hoe je een project gaat vertalen naar een presentatie. Zodra je jezelf dwingt om die vertaalslag te maken, ga je op een andere manier naar het project kijken. Sommige kunstenaars zijn zelf al veel bezig met naar buiten treden door bijvoorbeeld workshops te organiseren en ideeën te testen op publiek, maar niet iedereen werkt zo. We werken op die manier ook erg in de lijn van de kunstenaar. We stellen natuurlijk bepaalde eisen want wij moeten ook iets documenteren en presenteren, maar daarbuiten willen we de kunstenaar zo veel mogelijk vrijheid geven. Hoe een kunstenaar kijkt is belangrijk voor de maatschappelijke uitdagingen waarvoor we staan. Daarom moeten we deze zo veel mogelijk ondersteunen en vrijheid geven in de manier van kijken. In het geval van een online programmering of de online academie zijn we veel meer bezig met format ontwikkeling. We denken na over hoe we zo’n avond inrichten en hoe we een gesprek faciliteren. Het gaat hierbij niet alleen om online werkvormen vanwege reisrestricties, maar ook over internationalisering en klimaatvraagstukken. We proberen bewust te kijken naar hoe we projecten kunnen laten plaatsvinden met minder of geen fysieke bezoeken. Omdat we zoveel Europese projecten doen zaten we al gauw twee keer per jaar in het vliegtuig om dan in een stad met z’n allen te vergaderen. Dat kan natuurlijk ook anders.

(E) Jullie werken veel samen met kunstenaars aan verschillende maatschappelijke thema’s. Gaat het hier om de maatschappelijke noodzaak of staan jullie meer in dienst van de praktijk van de kunstenaar?  

(M) Ik denk niet dat onze projecten op grote schaal een gedachteverandering teweegbrengen, maar ik denk wel dat we bijdragen aan een hoopvolle blik die gericht is op de creatieve sector. Ik ben het er volledig mee eens dat we de creatieve industrie moeten betrekken bij het nadenken over oplossingen voor maatschappelijke problemen want hier missen we het artistieke denken heel erg. Tegelijkertijd heb ik niet de illusie dat kunstenaars alle problemen voor ons gaan oplossen. Daarbij is het ook oneerlijk welke verwachtingen er soms bij kunst gelegd worden. Er wordt te vaak gevraagd van kunst om nuttig te zijn, dat is per definitie al een probleem. Op deze manier maakt je kunst meetbaar, maar vaak is het dat helemaal niet. Ik ben ervan overtuigd dat wij juist meer die vrije ruimte creëren. Bij de Baltan Academy werken we bijvoorbeeld zes weken lang met 17 mensen aan vragen over ons economisch systeem en hoe we hier op een andere manier over na kunnen denken. Wat daar voor gesprekken en ideeën uitkomen zijn heel nuttig, maar niet meetbaar. De kracht ligt denk ik in dat de kunst een plek creëert waarin je buiten het systeem kan gaan denken. Als het systeem dan op meerdere vlakken begint te falen, dan is het zinvol als je daarbuiten kijkt, naar de creatieve sector bijvoorbeeld.

(E) Er zijn natuurlijk instanties die om precies die reden bij jullie aankloppen, Trudo bijvoorbeeld. Komen zij ook echt naar jullie toe met procesmatige vragen over hoe ze kunstenaars kunnen betrekken? 

(M) We hebben nu drie keer met Trudo gewerkt rondom een wijk in Eindhoven. Bij de eerste zijn we bij Strijp S gaan kijken naar hoe open, sociaal en toegankelijk die plek is. De tweede keer ging het over Trudo als woningbouw. Zij hebben een plek overgenomen van mensen met een religieuze overtuiging en wij zijn daar gaan kijken hoe deze achtergrond van de plek zich vertaalt naar een woningcorporatie. De laatste was gericht op een samenwerking tussen Trudo en het Maxima Medisch Centrum. Dit ging over preventieve zorg en welke rol een woningcorporatie daarin kan spelen. Dit zijn allemaal hele verschillende thema’s en verhalen waar wij dan aan bijdragen door een artistieke respons daarop. In dit soort samenwerkingen is het altijd heel erg belangrijk om een gesprek te voeren over verwachtingsmanagement. Je moet constant bij elkaar peilen om de samenwerking goed te laten verlopen.

(E) Wat is een project wat er voor jou is uitgesprongen omdat het echt goed werkte? 

(M) Voor mij was dat Baltan Academy die we online hebben gedaan. We hebben daar zo veel van geleerd en gezien. Juist het feit dat hij online moest plaatsvinden heeft ons zoveel gebracht dat we de komende edities ook online blijven organiseren. Het gaat er bij de Academy om dat we een gesprek faciliteren en dat er als groep geleerd wordt. Online heeft als voordeel dat je groepsdynamiek verliest waardoor de dominantie en introversie ook minder aanwezig zijn en je dus een gelijkwaardiger gesprek kunt voeren. Online kan je bijvoorbeeld niet echt door elkaar heen praten, dan snapt namelijk niemand er meer iets van.

(E) Hoe gaan jullie om met ethische kwesties die komen kijken bij digitaal werken? Bijvoorbeeld vraagstukken over de toegankelijkheid van het internet of problemen met sociale media en data verzamelen.

(M) Dit is een gesprek dat we voortdurend voeren binnen het team. We bereiken zo veel publiek via Facebook en Instagram als we hierop adverteren dan werkt dat ontzettend goed, maar uiteraard moeten we onszelf ook afvragen in hoeverre we willen bijdragen aan dat soort platforms. Aan de ene kant heb je ze nodig, maar aan de andere kant kan je ook niet op elk platform aanwezig zijn. Het is een beetje vergelijkbaar met het vliegen voor internationale projecten denk ik. Het doet veel kwaad, maar wat is het alternatief? En verder zie je dat iedereen zich langzaam steeds bewuster wordt van ethische kwesties ten opzichte van digitalisering. Zo wilden we bij de laatste Academy een online file sharing doen via Google Drive, maar de deelnemers wilden geen gebruik maken van Google. De suggestie van een van de deelnemers was om Arena te gebruiken, dus we staan ontzettend open voor alternatieven, maar we blijven wel realistisch. De vraag blijft natuurlijk ook altijd: als je verandering wilt doe je dat dan door je af te zetten tegen het systeem, of door je erbuiten te stellen?

(E) Hoe gaan jullie om met de economische aspecten in de culturele sector? Denk aan de spreiding van kapitaal, arbeid en het klassieke model van productie en verkoop dat overhoop gehaald wordt door digitalisering. 

(M) Wij zijn voor een groot deel gesubsidieerd en daarnaast doen we projecten voor partners. Cultureel ondernemerschap is zeker niet alleen een kwestie van zoveel mogelijk geld buitenom de subsidies genereren. Ik denk dat je het moet zien als een beslissing van ons allemaal dat bepaalde gesubsidieerde sectoren belangrijk zijn om de maatschappij te laten bestaan. Zo ook de cultuursector.

(E) Hoe zie je in de toekomst de balans tussen online en offline voor je? 

(M) We zijn nu vooral aan het nadenken over hoe we die twee kunnen combineren. Als je online bezig bent dan mis je dingen die alleen fysiek kunnen, zoals het aanvoelen van de sfeer in een ruimte en elkaar lezen, maar je sluit op die manier ook veel mensen uit. Toen we de negende lezing van Economia online moesten organiseren moesten we echt even ons best doen om te beseffen dat het net zo belangrijk was als de fysieke eerste lezing. Ook al zit je dan gewoon achter je computer op je zolderkamer. Het is dus wel even een zoektocht naar hoe je dat gevoel van het organiseren van een evenement kan vertalen naar online. Sommige dingen werken beter online dan andere. Voor de Academy lezen we bijvoorbeeld boeken die we online bespreken, maar als je het bijvoorbeeld hebt over fysieke kunstobjecten dan denk ik dat het belangrijk is om in de ruimte te zijn met zo’n object.

 

Witte Rook is een door kunstenaars gedreven organisatie met een residency programma en een online platform voor onderzoek, experiment, talentontwikkeling en online storytelling. In het programma staat het proces van de kunstenaar centraal door het bieden van korte en lange werkperiodes waarbinnen ontmoetingen plaatsvinden. Voor de duiding van het werkproces worden werkperiodes vergezeld van artikelen en teksten geschreven door diverse auteurs die het narratief van de kunstenaar naar buiten brengen. Witte Rook hecht daarbij bijzondere waarde aan het (be)schrijven als onderdeel van de kunstpraktijk en stimuleert kunstenaars om te publiceren over hun werk, als onderdeel van hun werk of als het kunstwerk zelf.

Het project Entrepot bestaat uit een onderzoek gebaseerd op een tiental interviews en een serie van publicaties op het online platform van Witte Rook. Dit gesprek met Baltan Laboratories hoort bij het deel de digitale maatschappij, waarin we ingaan op de invloed van de techsector, nieuwe economische strategieën, het belang van netwerken en de ontwikkelingen richting hybridisering als reactie op de pandemie – of juist als toekomstscenario voor de kunstensector. Dit project is mogelijk gemaakt dankzij een startsubsidie van Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.


 
Auteur:
Esther van Rosmalen

 
Auteur:
Roeliena Aukema

Witte Rook, Stationslaan, Breda, Netherlands

Marlou has a strong interest in the transformative power of the arts. She holds a master’s degree in Cultural Studies from the Radboud University in Nijmegen (NL). She works at Baltan Laboratories, a cultural lab in Eindhoven, as program leader. In this role she manages the cultural program and leads and develops European collaboration projects.  

Deze publicatie maakt deel uit van het project Entrepot, een onderzoek naar kunst in de digitale ruimte. In dit onderzoek zijn Roeliena Aukema en Esther van Rosmalen het gesprek aangegaan met een tiental professionals uit de digitale wereld om zo tot een antwoord te komen op de vraag: Hoe kunnen kunstenaars digitale ruimte innemen en welke rol kunnen wij als beeldende kunstorganisatie daarin spelen? Dit project is tot stand gekomen door middel van een startsubsidie digitale cultuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Foto: Marlou van der Cruijsen

 
Onderzoek:
Entrepot: DEN Kennisinstituut cultuur & digitale transformatie
DEN, 25-11-2021, online via Zoom Interviewer: Esther van Rosmalen (E)  Geïnterviewden: Guido Jansen (G), Marcus Cohen (M) &nb...
 
Onderzoek:
Entrepot: Robert Goené van Waag
Waag, 23-12-2021, online via Zoom  Interviewer: Esther van Rosmalen (E)  Geïnterviewde: Robert Goené (R)    (E) Zo...
 
onderzoek:
Entrepot: introductie
In the beginning, the field surrounding the new internet was ruled by geeks and political activists. It did not directly feel like...
 
Onderzoek:
Entrepot: Institute of Network Cultures
Institute of Network Cultures, 22-03-2022, Amsterdam  Interviewers: Esther van Rosmalen (E), Roeliena Aukema (R) Geïnterviewde...